Bel ons op +32 (0) 51 57 58 58 of Contacteer ons.
Hydrodrive
Hydraulische voorwielaandrijving levert tijdelijk extra trekkracht wanneer de mechanisch aangedreven achteras onvoldoende grip heeft, bijvoorbeeld op bouwplaatsen of onverharde laadlocaties. MAN noemt dit systeem HydroDrive; Mercedes gebruikt HAD (Hydraulic Auxiliary Drive). Een hogedrukpomp voedt hydraulische wielnaafmotoren, zodat de voorwielen aandrijfkoppel leveren zonder een conventionele voorasaandrijving met cardanas en differentieel. Deze categorie betreft uitsluitend onderdelen voor vrachtwagens met hydraulische voorwielaandrijving.
Hydraulische voorwielaandrijving wordt toegepast bij vrachtwagens die hoofdzakelijk op de weg rijden, maar regelmatig extra grip nodig hebben op losse, gladde of hellende ondergrond. Voorbeelden zijn kippers op bouwplaatsen, vrachtwagens voor bouwmaterialentransport en voertuigen die onverharde laad- en losplaatsen bezoeken. De chauffeur schakelt de ondersteuning in wanneer dat nodig is; de regeling bepaalt binnen de toegestane bedrijfsvoorwaarden hoeveel aandrijfkoppel de voorwielen leveren.
Ten opzichte van een mechanisch aangedreven vooras biedt hydraulische voorwielaandrijving doorgaans een lager eigen gewicht en daarmee meer beschikbare nuttige lading. Een verdeelbak, aandrijfcardan naar de vooras en voorasdifferentieel zijn voor deze hulpaandrijving niet nodig. Bij uitgeschakelde ondersteuning zijn de aandrijfverliezen beperkt, wat bij overwegend weggebruik gunstig kan zijn voor het brandstofverbruik. Ook kan de gebruikelijke chassis- en instaphoogte behouden blijven. Het systeem is bedoeld voor tijdelijke tractieondersteuning bij lage snelheden, niet als vervanging voor mechanische vierwielaandrijving bij langdurig zwaar terreinwerk.
MAN HydroDrive bestaat uit de volgende hoofdcomponenten. De precieze uitvoering en samenbouw verschillen volgens voertuigconfiguratie en systeemgeneratie.
- Een door de versnellingsbak aangedreven hydraulische hogedrukpomp, met de bijbehorende pompaandrijving.
- Een op de versnellingsbak gemonteerde HydroDrive PTO (nevenaandrijving) voor de aandrijving van de hydraulische hogedrukpomp.
- Twee hydraulische radiaalzuiger-wielnaafmotoren, één aan elk voorwiel.
- Een hydraulisch regel- en ventielblok voor de aansturing en beveiliging van de oliestroom en systeemdruk.
- Een hydraulische-oliereservoir met filtratie voor de olievoorziening en het opvangen van verontreinigingen.
- Een oliekoeler met de bijbehorende koelvoorziening om de bedrijfstemperatuur te beheersen.
- Hogedrukleidingen, retourslangen, lekolieleidingen en de bijbehorende aansluitingen en afdichtingen.
- Elektronische systeemregeling, sensoren, bekabeling en bediening in de cabine, gekoppeld aan de voertuigelektronica.
Mercedes HAD (Hydraulic Auxiliary Drive) bestaat uit de volgende hoofdcomponenten. Selecteer ook hier iedere component op basis van de voertuigspecifieke uitvoering.
- Een hydraulische hogedrukpomp die via een motorafhankelijke nevenaandrijving wordt aangedreven.
- Een aan de motor gemonteerde motor-PTO: een motorafhankelijke, koppelings- en versnellingsbakonafhankelijke nevenaandrijving voor de hydraulische hogedrukpomp.
- Twee hydraulische radiaalzuiger-wielnaafmotoren, één aan elk voorwiel.
- Een hydraulisch regel- en ventielblok dat de olietoevoer en druk voor de wielnaafmotoren regelt en beveiligt.
- Een hydraulische-oliereservoir met de bijbehorende filters.
- Een oliekoeler met ventilator en temperatuurafhankelijke koelaansturing.
- Hogedrukleidingen, retour- en lekolieleidingen, inclusief de aansluitingen voor de olieoverdracht naar de wielnaafmotoren.
- Een elektronische regeling met sensoren, kabelboom en cabinebediening, verbonden met de motor-, transmissie- en overige voertuigelektronica.
Het werkingsprincipe is gelijk: hydraulische druk wordt in de voorwielnaven omgezet in extra aandrijfkoppel. Een belangrijk constructief verschil is de pompaandrijving. Bij MAN HydroDrive wordt de pomp door de versnellingsbak aangedreven; bij Mercedes HAD gebeurt dit via een nevenaandrijving aan de motor. Daardoor kan HAD de hydraulische ondersteuning ook tijdens het schakelen blijven leveren, onafhankelijk van de krachtoverbrenging door de versnellingsbak. Bij HydroDrive hangt de ondersteuning tijdens schakelmomenten samen met de transmissie-uitvoering en aansturing.
Daarnaast verschillen de inbouw, hydraulische componenten, elektronische regeling en inschakelvoorwaarden per fabrikant en systeemgeneratie. Ook de toegestane snelheid, beschikbare trekkracht en thermische gebruiksgrenzen moeten daarom voertuigspecifiek worden gecontroleerd. HydroDrive en HAD dienen hetzelfde gebruiksdoel, maar zijn geen onderling uitwisselbare systemen.
MAN HydroDrive komt onder meer voor bij daarvoor uitgeruste TGS- en TGX-uitvoeringen; Mercedes HAD bij geselecteerde Actros- en Arocs-configuraties. Beide systemen hebben een vergelijkbaar doel, maar pompen, radiaalzuiger-wielnaafmotoren, regelblokken en hydraulische aansluitingen zijn niet onderling uitwisselbaar. Ook binnen één voertuigserie verschillen uitvoeringen volgens bouwjaar, voorasbelasting, transmissie en systeemgeneratie. Bij MAN-uitvoeringen met bijvoorbeeld D20- of D26-motoren bepaalt de motorfamilie alleen dus niet welke component past.
Bepaal onderdelen altijd aan de hand van het chassisnummer van het voertuig, aangevuld met asidentificatie en onderdeelnummers. Visuele vergelijking of selectie op enkel modelnaam volstaat nooit. Controleer bij hogedrukpompen het slagvolume, de draairichting en de aandrijfaansluiting; bij wielnaafmotoren de montagezijde, flenspassing en leidingaansluitingen. Voor hogedrukslangen zijn werkdrukklasse, binnendiameter, impulsbestendigheid en buigradius bepalend. Afdichtingsmaterialen moeten bestand zijn tegen de voorgeschreven hydraulische olie en bedrijfstemperatuur. Neem druklimieten, passingstoleranties en aanhaalmomenten uitsluitend over uit de voertuigspecifieke werkplaatsdocumentatie.
Ontbrekende ondersteuning hoeft geen defecte wielnaafmotor te betekenen. Inschakelvoorwaarden, temperatuurbewaking of ongeldige sensorsignalen kunnen de aandrijving blokkeren. Schokkerig aangrijpen wijst mogelijk op luchtinsluiting, vervuilde regelventielen of instabiele drukopbouw. Teruglopende trekkracht bij warme hydraulische olie past bij verhoogde interne lekkage. Zwaar pompgeluid kan samenhangen met aanzuigproblemen; plaatselijke lekkage bij de voorwielen vraagt controle van slangaansluitingen en motorafdichtingen.
- Lees foutcodes en actuele meetwaarden van de systeemregeleenheid uit. Controleer inschakelverzoek, vrijgavevoorwaarden, wielsnelheden en hydraulische-olietemperatuur voordat componenten worden gedemonteerd.
- Controleer vloeistofpeil volgens de voorgeschreven meetcondities. Inspecteer reservoir, koeler, filters en leidingen op beschadiging, schuimvorming en lekkage. Neem bij vervuilingsverdenking een schoon oliemonster voor deeltjesanalyse.
- Meet systeemdruk met gekalibreerde, voldoende drukbestendige meetapparatuur op de voorgeschreven meetpunten. Registreer drukopbouw onder gecontroleerde belasting en vergelijk deze met de fabrikantwaarden bij dezelfde temperatuur en hetzelfde toerental.
- Meet waar voorgeschreven het pompdebiet en het lekoliedebiet van de wielnaafmotoren. Een drukmeting alleen onderscheidt onvoldoende pompopbrengst niet betrouwbaar van interne lekkage. Controleer tevens filterdrukverschil en koelwerking volgens het werkplaatsprotocol.
Maak het systeem vóór werkzaamheden drukloos volgens de fabrikantprocedure; restdruk kan ernstig injectieletsel veroorzaken. Zoek hogedruklekkages nooit met de hand. Reinig aansluitzones en sluit geopende leidingen direct af met schone afdichtpluggen. Beschadigde afdichtvlakken, ontoelaatbare passingsslijtage of metaaldeeltjes vragen meer dan alleen nieuwe afdichtringen.
Na interne pompschade kunnen slijtagedeeltjes achterblijven in regelblokken, leidingen en de koeler. Voer daarom het voorgeschreven reinigings- of vervangingsplan uit en vernieuw de betreffende filters. Vul uitsluitend met goedgekeurde hydraulische olie; ontlucht en activeer het systeem volgens de werkplaatsprocedure. Controleer daarna lekkage, temperatuurontwikkeling en aandrijfwerking tijdens een gecontroleerde proefrit. Technische ondersteuning bij onderdeelidentificatie helpt voorkomen dat een passende aansluiting ten onrechte als bewijs van compatibiliteit wordt beschouwd.




